|
|
In alle gevallen dient altijd voldoende
drinkwater (evt. rijstewater ) aanwezig te zijn. In tegenstelling tot acute
diarree zal chronische diarree zelden spontaan overgaan en zal het zeker
verstandig zijn uw dierenarts te raadplegen zodat deze kan trachten de
oorzaak op te sporen. Ook bij het aanwezig zijn van bloed in de ontlasting
is het raadzaam de dierenarts te raadplegen.
Dunne of dikke darm diarree;
Naast onderverdeling in tijd (acuut versus chronisch), kan diarree ook
onderverdeeld worden op basis
van locatie, namelijk in dunne en dikke darm diarree. Onderscheid tussen
dunne en dikke darm diarree is
soms op basis van symptomen te maken.
Zo ziet men bij dunne darm diarree nog wel eens een sterke toename in de
hoeveelheid ontlasting,
een lichte frequentie toename in het aantal malen ontlasten op een dag,
zelden persen tijdens het ontlasten, zelden slijmbijmenging, zelden
bloedbijmenging, wel afname in gewicht, toegenomen winderigheid en
borrelende buikgeluiden.
Bij dikke darm diarree ziet men wel dat de hoeveelheid ontlasting iets is
toegenomen, de frequentie
toename in het aantal malen ontlasten op een dag sterk is verhoogd, er
duidelijk wordt geperst op de ontlasting, er slijmbijmenging aanwezig is in
de vorm van een soort ‘vlies’, er regelmatig bloedbijmenging aanwezig is,
zelden gewichtsafname en winderigheid plaatsvindt en geen borrelende
buikgeluiden aanwezig zijn. Deze onderverdeling is helaas lang niet altijd
zo zwart-wit als het lijkt. Het verschil tussen dikke en dunne darm diarree
en de oorzaak van de diarree bepaalt dan ook verregaand het aanvullend
onderzoek
van de dierenarts.
Oorzaken van diarree
Er zijn verschillende oorzaken van diarree waaronder: darmparasieten,
overgevoeligheids-reacties op voeding, onvoldoende werking van de
alvleesklier, overgroei van bacteriën, darminfectie en tumoren.
Door middel van ontlastingsonderzoek op parasieten, eliminatiediëten voor
overgevoeligheidsreacties, verteringsonderzoek om de werking van de
alvleesklier te bepalen en het bekijken van de darm met een scoop kunnen
bepaalde oorzaken uitgesloten of bevestigd worden.
Overgevoeligheidsreacties;
Overgevoeligheidsreacties op voeding komen meestal voor bij jonge dieren of
bij het abrupt overgaan op ander voer. Bij verdenking hierop wordt meestal
een eliminatiedieet gegeven om uit te maken waar het dier precies
overgevoelig voor is. Gedurende 3 tot 10 weken dient een dieet gegeven te
worden welke uit zo min mogelijk grondstoffen is opgebouwd en welke
grondstoffen de patiënt nog niet (of minstens 6 maanden niet) gehad heeft
(zoals struisvogel of geit). Dit dieet moet strikt gehandhaafd worden. Een
enkel stukje brood, koek of worst kan het hele dieet al verstoren. Wanneer
met het eliminatiedieet de klachten (grotendeels) zijn opgelost, worden
langzaam oude voedselbestanddelen toegevoegd. Bij allergie of intolerantie
van voedsel treden binnen enkele uren tot 3 dagen weer klachten op. Wanneer
dan door het verstrekken van het eliminatiedieet de klachten weer verdwijnen
en bij herhaald proberen oude voedselbestanddelen toe te voegen weer
klachten optreden, is voeding als oorzaak aangetoond.
Samengevat;
Kort samengevat zijn adviezen met betrekking tot diarree:
- Abrupte voedingsveranderingen tegengaan
- Let goed op de frequentie van ontlasten en op aspecten van de ontlasting
zoals kleur (evt. bloed),
slijm, hoeveelheid en of de hond perst tijdens het ontlasten en of er
gewichtsafname optreedt..
- Bij diarree korter dan 1 week de hond 24 uur laten vasten en vervolgens
het dieet met rijst
(als eerder beschreven), of soortgelijk dieet geven.
- Overleg met dierenarts voor eventueel gebruik Finidiar.
- Bij diarree met bloedbijmenging of langer aanhoudend dan 1 tot 2 weken de
dierenarts raadplegen.
- Als de hond erg ziek of sloom is de dierenarts eerder raadplegen.
- Zorg ervoor dat er altijd voldoende drinkwater voor de hond aanwezig is. |